Archief | De Telegraaf RSS feed for this section

Veilig dankzij vergeten sleutels

29 Mrt

Exact een week geleden lieten terroristen drie bommen ontploffen in Brussel. Zeker 35 mensen kwamen om het leven bij de aanslagen op vliegveld Zaventem en metrostation Maalbeek. Een verslag van wat bij Maalbeek gebeurde werd op woensdag 23 maart in De Telegraaf geplaatst.

Op nog geen 500 meter van het Berlaymont-gebouw waar de Europese Commissie zit gezeteld trillen om tien over negen panden op hun grondvesten. Chris vanden Plas werkt op dat moment in een kantoor waar een deel van de EC gehuisvest zit. Met zijn vrouw bespreekt hij de explosies op het vliegveld Brussel Zaventem, waar twee bommen zijn afgegaan.

,,Opeens voelden we een schok. Ik keek naar buiten en zag mensen rennen. Ze schreeuwden, hadden bloed aan hun armen, benen en gezichten. Ik was geschokt. Dit verwachtte ik echt niet, we keken op televisie naar wat er op Zaventem gebeurd was. Op het moment dat mensen wegrenden besefte ik: ook hier is het raak.”

Eén bom blijkt te zijn afgegaan in het metrotoestel, dat stopte bij station Maalbeek. Naast twintig doden raakten ook meer dan honderd mensen gewond. Een onbekend aantal is er slecht aan toe.

Wie net aan de bomaanslag in de metro wist te ontkomen, is Yohana Veliz. Ze snelt naar Maalbeek om de metro te halen die haar naar haar werk moet brengen. Een doodnormale dinsdag als schoonmaakster wacht op haar. Ze telefoneert met een vriendin als ze erachter komt dat haar sleutels nog thuisliggen. Ze baalt. Ze vloekt. Zonder te weten dat deze vergissing de meest heuglijke stommiteit uit haar leven is, holt ze weg van de metro.

Dan ontploft de bom.

„De klap was zo hard. Nog nooit heb ik zo veel kabaal gehoord. Zonder te weten wat er gaande was, rende ik naar buiten”, vertelt Veliz na. ,,Ik zag een vrouw neervallen, die waarschijnlijk werd geraakt door glasscherven. Het was heel eng. Het enige dat ik wilde was wegkomen. Snel. Heel snel. Achterom gekeken heb ik niet.”

IMG_3188

Yohana Veliz en haar vriend Douglas

Zonder dat ze het ziet rennen velen het metrostation uit. Rook stijgt op uit de in- en uitgangen van Maalbeek. Gewonden liggen buiten tegen muren van omliggende gebouwen aan waar veel kantoren gehuisvest zijn.

Rodolphe Devilez werkt in een van die panden en stuift bij het zien van de ontstane chaos naar buiten. Ontdaan vertelt de Brusselaar over dat hij zijn trui afstond aan een bebloede vrouw. „Ambulances en politieagenten waren snel ter plaatse. Samen met de hulpdiensten heb ik geholpen met triageren, het beoordelen van verwondingen van mensen. Rap hebben we de zwaarst gewonden op brancards gelegd en naar ambulances gebracht.”

In de ordeloosheid die ontstaat ziet Deviliz allerlei soorten mensen voorbij komen. „Zwangere vrouwen, kinderen en verbrande personen renden in het wilde weg. Het was heel schokkend om te zien”, vertelt hij anderhalf uur na de explosie met een laken over zich heen.

Poetsvrouw Yohana Veliz staat dan tien meter van Devilez af. Haar man Douglas wijkt niet van haar zijde. Constant huilend kijkt Veliz verdwaasd om zich heen. Wat ze voelt, kan ze niet omschrijven. Douglas is alleen maar gelukkig dat hij zijn vriendin in de armen sluiten kan. ,,Ik ben zo blij dat ze haar sleutels is vergeten. Ze heeft een enorme engel op haar schouders gehad.”

Geluk en ontreddering liggen dicht bij elkaar. Bij het afzetlint loopt een vrouw hysterisch over straat. Een kennis van de dame vertelt dat haar man vermoedelijk de getroffen metro genomen heeft en telefonisch onbereikbaar is. Als een familielid haar na een half uur oppikt is zijn status nog altijd onbekend.

Gedurende de rest van de dag is de nervositeit rondom het getroffen metrostation voel- en zichtbaar. Om de haverklap sjezen ambulances, brandweerwagens en snelle bolides van gemaskerde en tot op de tanden bewapende politie-eenheden door de straten van de Belgische hoofdstad. Zo nu en dan stappen deze beren van mannen met automatische wapens uit om vreemd gedragende personen uit het niets klem te zetten en te fouilleren. Na het doorzoeken van rugzakken of tassen mogen ze, zichtbaar geschrokken, weer gaan. Begrip is er wel. „Juist nu kunnen ze geen steken laten vallen”, mijmert een van de op de grond gesmeten en gefouilleerde mannen.

Wie zich de situatie slechts laat toekomen, zonder zich er iets van aan te trekken, is Brusselaar Paul Metagne. Hij zit op nog geen vierhonderd meter van Maalbeek op een terras met een karafje wijn in de zon. Vanuit zijn zetel ziet hij agenten afgesloten straten bewaken. Het metrostation is waar hij normaliter de metro naar zijn werk neemt. Maar gisteren niet. Hij was vrij. „Op een vrije dag ga ik wijn drinken op het terras. Dus ook vandaag. Ik laat me niet bang maken door die terroristen.” Zijn telefoon staat uit.

IMG_3201

Paul Metagne

„Ik werd wakker gebeld door een vriend die vroeg of ik nog leefde. Natuurlijk leef ik, en daar ga ik van genieten. Op Facebook kan iedereen zien dat ik veilig ben.” Een stukje verderop rijden brandweerauto’s af en aan en houdt de politie de boel hermetisch afgesloten. Metagne: „Arme stakkers. Ik proost op de mensen die vandaag hun leven verloren. Maar ook op de mensen die nog leven.”

Trots op nooit gekende vader

4 Mei

Het is geen vergissing dat juist op Bevrijdingsdag niet alleen de Nederlandse, maar ook een Canadese vlag de Sonniusstraat in de Tilburgse wijk Oud-Noord opfleurt. In 1966 hoorde Henk van Hest voor het eerst dat een Canadees die hielp Nederland te bevrijden van het naziregime zijn biologische vader was. En dus niet de man die hem samen met zijn moeder had grootgebracht. „Vooral tijdens herdenkingen denk ik veel aan hem.”

Van Hest is zeker niet het enige bevrijdingskind die zijn vader nooit in levenden lijve heeft gezien. Vele honderden moeders waren vlak na de Tweede Wereldoorlog alleenstaand omdat de vader als bevrijder terugkeerde naar Engeland, Canada of de Verenigde Staten. Hieronder het verhaal over de zoektocht naar Van Hests daadwerkelijke vader: de Canadese soldaat Ben Kehler.

Bevrijdingskind Henk van Hest vond zijn Canadese vader Ben Kehler gesteund door zijn vrouw José. FOTO: Jan van Eijndhoven

Bevrijdingskind Henk van Hest vond zijn Canadese vader Ben Kehler gesteund door zijn vrouw José. FOTO: Jan van Eijndhoven

Lees verder

In beeld: commando’s in Joodse buurt

18 Jan

Antwerpenaren en toeristen reageren nuchter op de aanwezigheid van enkele tientallen commando’s en zwaarbewapende agenten in delen van de Belgische havenstad. Veelal ’slechts’ in het achterhoofd speelt de toegenomen terreurdreiging van de afgelopen weken een rol in de dagelijkse gang van zaken. (Foto’s onderaan)

Onder meer in de Diamantbuurt en rondom het Paleis van Justitie in Antwerpen houden de militairen een oogje in het zeil. Ze worden aangestuurd door de politie, zodat agenten de handen vrij hebben om zich op andere politietaken te richten. Ook in Brussel zijn commandotroepen actief.

Enkele joden die vroeg in de middag de synagoge uitwandelen, storten zich op twee commando’s. „Ik wil u enorm bedanken dat u hier bent”, spreekt een oudere, chic geklede dame het tweetal aan. Ze refereert aan de bomaanslag die in oktober 1981 in de Diamantbuurt werd gepleegd. Drie mensen kwamen daarbij om het leven, zestig anderen raakten gewond. „Ik hoop dat jullie hier blijven. Want door jullie aanwezigheid voel ik me extra veilig.”

Boeki David (26) kijkt van een afstandje toe. Hij is net klaar met bidden en praat met een groepje makkers na over de afgelopen week. „Natuurlijk spoken de recente gebeurtenissen door je hoofd. Maar of die mijn leven beïnvloeden? Nee, absoluut niet. Sommigen hebben wat meer angst, omdat ze niet weten wat de tijd met zich meebrengt. Maar over het algemeen blijven de mensen er redelijk nuchter onder.”

Niet gewend

En toch, geeft hij toe, doet de aanblik van de rondwandelende commando’s met enorme geweren hem iets. „We zijn dat hier niet gewend. Het maakt de ernst van de situatie een stuk concreter. De invallen in Verviers en Brussel zitten vers in het geheugen.”

De twee militairen zelf geven geen blijk van onwennigheid vanwege de veelal op hen gerichte ogen. „We doen gewoon wat we moeten doen. En dat is het patrouilleren in de Joodse wijk, rondom de scholen en synagogen. We krijgen enkel positieve reacties van mensen. Ongerust zijn de mensen niet, heb ik het idee”, vertelt een van hen.

In het centrum worden de woorden van de militair zichtbaar bevestigd. Niemand lijkt zich druk te maken over de extra beveiliging en het verhoogde dreigingsniveau. De fietsende Willy Furuljas (47): „We gaan gewoon door met ons leven. Men moeten zich normaal gedragen. Angst is een slechte raadgever.”

Ook rondslenterende toeristen trekken zich weinig aan van de aanwezigheid van militairen in de stad. Peter (49) en Diane de Mol (43) uit Katwijk zeggen ‘zorgeloos’ van Antwerpen en haar Belgische frieten te genieten. „We moeten ons niet zo druk maken.”

Dit verhaal is zondag 18 januari 2015 gepubliceerd in de digitale editie van De Telegraaf.

 

Stakende dokwerkers in beeld

25 Nov

,,Het mag niet zoals in Brussel uit de hand lopen. Anders schiet men zichzelf in de voeten. Maar dat wil niet zeggen dat we met ons laten sollen. In tegendeel.” Het zijn krachtige woorden die de Belgische vakbondsman Kurt Callaert, turend naar stakende dokwerkers, maandag uitspreekt.

Het is ze menens, de Belgen. De regeringsplannen van premier Charles Michel is ze een doorn in het oog. Vele miljarden aan besparingen wil hij doorvoeren, onder meer door onderwijs en kinderopvang duurder te maken. Wat velen echter het meest tegen de borst stuit, is de verhoging van de pensioenleeftijd, naar 67 jaar in 2030.

Reden genoeg om te staken, zeggen de vakbonden. Drie maandagen achter elkaar. Met als voorlopig sluitstuk een landelijke staking op 15 december. Gisteren in vier provincies, waaronder Antwerpen. De haven lag plat, het openbaar vervoer reed niet. Voor De Telegraaf ging ik erheen.

Zo’n driehonderd dokwerkers drinken op straat voor het aanwervingslokaal van de havenarbeiders pint na pint. Zowat iedere minuut worden zware nitraten afgestoken. Getuige de oordoppen die men in heeft zijn de aanwezigen goed voorbereid. ,,Zo doen we dat hier. Het noodzakelijke met het aangename combineren”, glimlacht havenarbeider Bjorn Eirrmans (36). Gemaskerde mannen worden toegejuicht als ze meer hout en autobanden op een grote brandstapel werpen. ,,Ik hoop dat het rustig blijft. Het gaat om het signaal dat we afgeven, niet om trammelant. Het is onnozel om te denken dat wij dit werk tot na ons zestigste levensjaar kunnen doen. Het werk in de haven is zwaar. Maar dat hebben de luie politici die er een luxe leventje op nahouden niet door.”

Gelukkig voor de vakbonden en Bjorn verliep de staking op enkele incidenten na rustig. Een kleine foto-impressie:

 

 

De ‘vergeten’ Slag om de Schelde

9 Nov

Tot een paar weken geleden was de strijd om de haven van Antwerpen (de Slag om de Schelde) tijdens de Tweede Wereldoorlog voor mij een onbekende. En ik was absoluut niet de enige die daar amper wat van af  wist, verzekerde Marc van Alphen van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie me. “Dit is een vergeten slag die qua publiciteit in de schaduw staat van Operatie Market Garden.”

Zaterdag was het exact zeventig jaar geleden dat het Zeeuwse eiland Walcheren in handen kwam van geallieerde troepen. Een stuk land dat van levensbelang was voor onze bevrijders. Want wie de baas was over Walcheren, was de baas over de Westerschelde. En dus over de haven van Antwerpen, die bij Vlissingen uitmondt in de Noordzee. Het bezitten van deze haven was cruciaal voor de aanvoer van troepen en materieel, dat tot november 1944 nog altijd via geïmproviseerde havens in Normandië verliep.

Van Alphen gidste mij een dag langs verschillende plekken waar hevig is gevochten om dit strategisch gezien belangrijk stukje Nederland te bevrijden. Ik schreef er het volgende verhaal over, dat onlangs werd gepubliceerd in De Telegraaf:

a (1)

%d bloggers liken dit: