Stakende dokwerkers in beeld

25 Nov

,,Het mag niet zoals in Brussel uit de hand lopen. Anders schiet men zichzelf in de voeten. Maar dat wil niet zeggen dat we met ons laten sollen. In tegendeel.” Het zijn krachtige woorden die de Belgische vakbondsman Kurt Callaert, turend naar stakende dokwerkers, maandag uitspreekt.

Het is ze menens, de Belgen. De regeringsplannen van premier Charles Michel is ze een doorn in het oog. Vele miljarden aan besparingen wil hij doorvoeren, onder meer door onderwijs en kinderopvang duurder te maken. Wat velen echter het meest tegen de borst stuit, is de verhoging van de pensioenleeftijd, naar 67 jaar in 2030.

Reden genoeg om te staken, zeggen de vakbonden. Drie maandagen achter elkaar. Met als voorlopig sluitstuk een landelijke staking op 15 december. Gisteren in vier provincies, waaronder Antwerpen. De haven lag plat, het openbaar vervoer reed niet. Voor De Telegraaf ging ik erheen.

Zo’n driehonderd dokwerkers drinken op straat voor het aanwervingslokaal van de havenarbeiders pint na pint. Zowat iedere minuut worden zware nitraten afgestoken. Getuige de oordoppen die men in heeft zijn de aanwezigen goed voorbereid. ,,Zo doen we dat hier. Het noodzakelijke met het aangename combineren”, glimlacht havenarbeider Bjorn Eirrmans (36). Gemaskerde mannen worden toegejuicht als ze meer hout en autobanden op een grote brandstapel werpen. ,,Ik hoop dat het rustig blijft. Het gaat om het signaal dat we afgeven, niet om trammelant. Het is onnozel om te denken dat wij dit werk tot na ons zestigste levensjaar kunnen doen. Het werk in de haven is zwaar. Maar dat hebben de luie politici die er een luxe leventje op nahouden niet door.”

Gelukkig voor de vakbonden en Bjorn verliep de staking op enkele incidenten na rustig. Een kleine foto-impressie:

 

 

De ‘vergeten’ Slag om de Schelde

9 Nov

Tot een paar weken geleden was de strijd om de haven van Antwerpen (de Slag om de Schelde) tijdens de Tweede Wereldoorlog voor mij een onbekende. En ik was absoluut niet de enige die daar amper wat van af  wist, verzekerde Marc van Alphen van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie me. “Dit is een vergeten slag die qua publiciteit in de schaduw staat van Operatie Market Garden.”

Zaterdag was het exact zeventig jaar geleden dat het Zeeuwse eiland Walcheren in handen kwam van geallieerde troepen. Een stuk land dat van levensbelang was voor onze bevrijders. Want wie de baas was over Walcheren, was de baas over de Westerschelde. En dus over de haven van Antwerpen, die bij Vlissingen uitmondt in de Noordzee. Het bezitten van deze haven was cruciaal voor de aanvoer van troepen en materieel, dat tot november 1944 nog altijd via geïmproviseerde havens in Normandië verliep.

Van Alphen gidste mij een dag langs verschillende plekken waar hevig is gevochten om dit strategisch gezien belangrijk stukje Nederland te bevrijden. Ik schreef er het volgende verhaal over, dat onlangs werd gepubliceerd in De Telegraaf:

a (1)

Messi, de reïncarnatie van God

6 Nov

Dat Lionel Messi als een van de beste voetballers aller tijden wordt beschouwd, is algemeen bekend. Maar dat deze behendige Argentijn nu zelfs mensen ‘geneest’, is voor mij in ieder geval nieuw. Na 11.14 minuten in het onderstaande filmpje laat de ‘voet van God’ spontaan iemand in het rolstoelvak achter de goal opveren en zijn handicap achter zich laten.

Srebrenica in beeld, zeventien jaar na ‘de val’

8 Jul

“Here we are, on July 11, 1995 in Serbian Srebrenica. Just before a great Serb Holy Day. We are giving this town to the Serbian people. The time has come to take revenge on the Muslims.”

Was getekend: Ratko Mladic. Het was een aankondiging van wat later de grootste genocide die Europa na de Tweede Wereldoorlog kende, bleek te zijn. Wat destijds gebeurde, hoef ik niet uit te leggen. Dat deden enkele BBC-journalisten al in een buitengewoon indrukwekkende documentaire.

Afgelopen najaar bracht ik een bezoek aan Srebrenica en Potocari. Alle foto’s en televisiebeelden die ik vóór mijn reis nog allemaal een keer onder ogen zag, kwamen daarmee voor mijn ogen tot leven. Met mijn camera liep ik door Srebrenica, loerend naar alle stille getuigen: kogelgaten, opgeblazen huizen. De sfeer die er heerste, was er een van spookachtige aard. De enige die ik zichtbaar zag genieten, was een kat die de laatste zonnestralen van die novemberdag op zijn huid liet neerdalen. Verder was het stil, heel stil. Somber.

Het aanzicht van het grote Potocari Memorial Centre, de genocide begraafplaats waar ruim 5000 moslims begraven liggen, deed door de mist nog druistiger aan. De namen van de doden zijn vereeuwigd in een herdenkingssteen. Ieder jaar komen op die steen weer honderden nieuwe namen bij. Dit jaar, 11 juli aanstaande, worden er weer 520 nieuwe namen (518 mannen, 2 vrouwen) aan toegevoegd. Het zijn de namen van vermoorde moslims die afgelopen jaar zijn geïdentificeerd. Zij komen in eerste instantie in een graf te liggen, geflankeerd door een groene gedenkplaat. Aan de voorkant staan naam, geboorte- en sterfdatum. Tegen de andere zijde van de plaat is een nummer geplakt, een soort indentificatienummer. Na iets minder dan een jaar worden de groene platen vervangen door witte grafstenen.

Tegenover de begraafplaats ligt de voormalige Dutchbat compound. Hier verbleven de Nederlandse militairen die de opdracht hadden toe te zien op vrede in de enclave. In deze gebouwen zijn nog vele muurtekeningen en -notities te zien, meestal achtergelaten door Dutchbatters. In de oude fabriekshal achter de compound verbleven 5000 moslimvrouwen en -kinderen enkele dagen; gevlucht voor Mladic en zijn troepen. Deze hal dient momenteel als een gedenkhal, een soort museumpje. In maart dit jaar zegden ministers Rosenthal (Buitenlandse Zaken) en Hillen (Defensie) toe geld vrij te maken voor de uitbreiding van het museum, naar aanleiding van een brief van Vereniging Dutchbat 3. Ik hoop oprecht dat het een volwaardig museum wordt, want hetgeen er nu staat, mag niet meer dan een bescheiden gedenkhal genoemd worden.

Een foto-impressie, zonder mijn foto’s van ín de Dutchbat compound die eerder al op de sites van onder meer ANP, Trouw, de Volkskrant en AD verschenen:

Met een oude Nederlandse bus werd ik van Bratunac naar Srebrenica gebracht

Met een oude Nederlandse bus werd ik van Bratunac naar Srebrenica gebracht

Srebrenica

Srebrenica

Oorlogsschade in Srebrenica

Oorlogsschade in Srebrenica

Lees verder

On tour met ‘the boys in green’

22 Jun

De deelname van Ierland aan het EK voetbal voelde voor de bewoners van het eiland aan als een bonusprogramma. Het komt namelijk niet zo gek vaak voor dat ‘the boys in green’ weten door te dringen tot een groot hoofdtoernooi. De laatste keer dat Ierland een EK voetbal speelde, was in 1988. Het werd direct een toernooi om nooit meer te vergeten. Grote rivaal Engeland werd namelijk met 1-0 opzij gezet. De editie van 2012 verliep minder succesvol: de Ieren wonnen geen enkele wedstrijd en wisten slechts een keer te scoren. Dat deerde de 40.000 meegereisde Ieren (ter informatie: voetbal is er nationale sport nummer vier en het land telt vier miljoen inwoners) echter weinig. Ze waren er ‘just for the crack’. En dat heb ik geweten. Twee weken lang trok ik namelijk op met het groene leger. Een foto-impressie vanuit Poznan en Gdansk.

Ierland-Kroatië, Poznan

Ierland-Kroatië, Poznan

Lees verder

‘FUCK EURO 2012’

6 Jun
Een FUCK EURO 2012-sticker in de straten van speelstad Wroclaw.

Een FUCK EURO 2012-sticker in de straten van speelstad Wroclaw.

Het overgrote merendeel van de Polen is vooral trots dat hun land een van de twee gastheren is van het EK 2012. Ze zien het als een staatsexamen, als een grote stap in de opbouw van het land nadat het communisme zo’n twintig jaar geleden verdween. Maar er is een groep die het hier niet mee eens is. Het zijn de ultra’s, de fanatiekste voetbalfans, van verschillende clubs die zich verenigden en het standpunt ‘FUCK EURO 2012’ innamen.

Reden hiervoor is er een die voor de ‘gewone’ Pool onbegrijpelijk is en door hen in de prullenbak wordt gemieterd. De ultra’s beschuldigen de politiek ervan duizendeneen beloften te hebben gedaan, terwijl ze die slechts deels zou zijn nagekomen.

‘Ja, de infrastructuur is verbeterd, maar niet zoals beloofd. Ja, de stadions zijn vernieuwd, maar ze hielden hierbij geen rekening met ons, de gebruikers. Nu we aan de vooravond van het EK staan, zien we hoeveel er nou eigenlijk is veranderd: bijna niks’, roepen de ultra’s.

Maar volgens de politici is de groep (ruim 5.500 mensen hebben de FUCK EURO 2012-facebookpagina geliket) vooral boos, omdat juist zij, ‘de raddraaiers’, nu keihard worden aangepakt. De politie deed onlangs verschillende invallen bij de hooligans, pakte deze op en houdt ze nog steeds vast. De politiek zegt dat de hooligans maar beter kunnen wennen aan dit beleid, want vanaf nu doen ‘we’ het alleen nog maar op deze manier. De ultra’s menen dat dit enkel reclame is om uit te dragen hoe goed Polen het wel niet doet. ‘Maar na het toernooi wordt alles weer als vanouds. Wij zijn nu onderdeel van het spel dat het EK heet, omdat wij kritiek uiten op de regering. Maar intussen blijft zij juist buiten schot, want ook de media richten hun pijlen alleen maar op ons.’

Of de regering dit beleid daadwerkelijk gaat aanhouden, is enkel gissen. Daarvoor is het wachten tot na het EK. Pas dan wordt duidelijk of de Poolse overheid daadwerkelijk een nieuwe weg is ingeslagen of dat deze belofte, volgens de ultra’s net als al die andere, loos is. Tot die tijd zullen de vingers, wijzend naar de andere kant, gestrekt blijven.

Net als zestig jaar geleden een vlammenzee

29 Mei

We schrijven november 2011, als de temperatuur in het Servische Belgrado met het vriespunt flirt. Door de wind voelt het nog ijziger aan. Rode Ster Belgrado staat met 2-1 voor tegen ‘kleintje’ OFK. Spannend is het niet, de thuisclub domineert. Plots zie ik duizenden en nog eens duizenden kranten door de lucht vliegen. De ultra’s van Rode Ster verspreiden deze binnen een mum van tijd tot iedereen een aantal kranten in zijn handen heeft. Iedereen, ook ik. wordt betrokken bij een tifo-actie. Iets wat je nauwelijks kunt voorstellen, gebeurt. De fanatieke fans steken de kranten in de hens. Waarom? Een hetze tegen de media? Is er iets over hun club geschreven dat ze niet aanstaat? Ik weet het niet, meen dat het met de reden ‘gewoon omdat het kan’ gepaard ging.

Niets hiervan is waar, blijkt achteraf. Het is namelijk precies zestig jaar geleden dat Rode Ster voor de allereerste keer landskampioen werd, toen nog van Joegoslavië. De aanhang vierde dat destijds door met kranten een vlammenzee (vanaf 14.54 minuut) te creëren. Dat herhalen de fans nu: een ode aan het team, het behaalde kampioenschap van toen.

Beduusd kijk ik om me heen als mijn buurman iets in het Servisch mompelt en ook mijn kranten aansteekt. Iedereen springt en zingt, terwijl brandweermannen zenuwachtig heen en weer rennen op de sintelbaan die de tribune van het veld scheidt. Ik pak mijn fotocamera en leg het schouwspel vast. Voor en achter me zweven brandende stukken krant door de lucht. Verbouwereerd staar ik naar stoeltjes die afbranden. Behoefte om weg te gaan heb ik niet. Normaal zie en lees ik dit enkel op het web, nu ben ik er zelf bij. Met die gedachte sta ik tussen al die gekken te kijken naar het vuur, naar de brandweermannen die met emmers water komen aanrennen om de vlammen te doven. Zo is het alsnog een heet avondje Belgrado.

Hieronder een foto- en videocompilatie van eigen geschoten beelden (met vanaf 1.00 minuut de vlammenzee).

%d bloggers liken dit: