Srebrenica in beeld, zeventien jaar na ‘de val’

8 jul

“Here we are, on July 11, 1995 in Serbian Srebrenica. Just before a great Serb Holy Day. We are giving this town to the Serbian people. The time has come to take revenge on the Muslims.”

Was getekend: Ratko Mladic. Het was een aankondiging van wat later de grootste genocide die Europa na de Tweede Wereldoorlog kende, bleek te zijn. Wat destijds gebeurde, hoef ik niet uit te leggen. Dat deden enkele BBC-journalisten al in een buitengewoon indrukwekkende documentaire.

Afgelopen najaar bracht ik een bezoek aan Srebrenica en Potocari. Alle foto’s en televisiebeelden die ik vóór mijn reis nog allemaal een keer onder ogen zag, kwamen daarmee voor mijn ogen tot leven. Met mijn camera liep ik door Srebrenica, loerend naar alle stille getuigen: kogelgaten, opgeblazen huizen. De sfeer die er heerste, was er een van spookachtige aard. De enige die ik zichtbaar zag genieten, was een kat die de laatste zonnestralen van die novemberdag op zijn huid liet neerdalen. Verder was het stil, heel stil. Somber.

Het aanzicht van het grote Potocari Memorial Centre, de genocide begraafplaats waar ruim 5000 moslims begraven liggen, deed door de mist nog druistiger aan. De namen van de doden zijn vereeuwigd in een herdenkingssteen. Ieder jaar komen op die steen weer honderden nieuwe namen bij. Dit jaar, 11 juli aanstaande, worden er weer 520 nieuwe namen (518 mannen, 2 vrouwen) aan toegevoegd. Het zijn de namen van vermoorde moslims die afgelopen jaar zijn geïdentificeerd. Zij komen in eerste instantie in een graf te liggen, geflankeerd door een groene gedenkplaat. Aan de voorkant staan naam, geboorte- en sterfdatum. Tegen de andere zijde van de plaat is een nummer geplakt, een soort indentificatienummer. Na iets minder dan een jaar worden de groene platen vervangen door witte grafstenen.

Tegenover de begraafplaats ligt de voormalige Dutchbat compound. Hier verbleven de Nederlandse militairen die de opdracht hadden toe te zien op vrede in de enclave. In deze gebouwen zijn nog vele muurtekeningen en -notities te zien, meestal achtergelaten door Dutchbatters. In de oude fabriekshal achter de compound verbleven 5000 moslimvrouwen en -kinderen enkele dagen; gevlucht voor Mladic en zijn troepen. Deze hal dient momenteel als een gedenkhal, een soort museumpje. In maart dit jaar zegden ministers Rosenthal (Buitenlandse Zaken) en Hillen (Defensie) toe geld vrij te maken voor de uitbreiding van het museum, naar aanleiding van een brief van Vereniging Dutchbat 3. Ik hoop oprecht dat het een volwaardig museum wordt, want hetgeen er nu staat, mag niet meer dan een bescheiden gedenkhal genoemd worden.

Een foto-impressie, zonder mijn foto’s van ín de Dutchbat compound die eerder al op de sites van onder meer ANP, Trouw, de Volkskrant en AD verschenen:

Met een oude Nederlandse bus werd ik van Bratunac naar Srebrenica gebracht

Met een oude Nederlandse bus werd ik van Bratunac naar Srebrenica gebracht

Srebrenica

Srebrenica

Oorlogsschade in Srebrenica

Oorlogsschade in Srebrenica

Lees verder

On tour met ‘the boys in green’

22 jun

De deelname van Ierland aan het EK voetbal voelde voor de bewoners van het eiland aan als een bonusprogramma. Het komt namelijk niet zo gek vaak voor dat ‘the boys in green’ weten door te dringen tot een groot hoofdtoernooi. De laatste keer dat Ierland een EK voetbal speelde, was in 1988. Het werd direct een toernooi om nooit meer te vergeten. Grote rivaal Engeland werd namelijk met 1-0 opzij gezet. De editie van 2012 verliep minder succesvol: de Ieren wonnen geen enkele wedstrijd en wisten slechts een keer te scoren. Dat deerde de 40.000 meegereisde Ieren (ter informatie: voetbal is er nationale sport nummer vier en het land telt vier miljoen inwoners) echter weinig. Ze waren er ‘just for the crack’. En dat heb ik geweten. Twee weken lang trok ik namelijk op met het groene leger. Een foto-impressie vanuit Poznan en Gdansk.

Ierland-Kroatië, Poznan

Ierland-Kroatië, Poznan

Lees verder

‘FUCK EURO 2012’

6 jun
Een FUCK EURO 2012-sticker in de straten van speelstad Wroclaw.

Een FUCK EURO 2012-sticker in de straten van speelstad Wroclaw.

Het overgrote merendeel van de Polen is vooral trots dat hun land een van de twee gastheren is van het EK 2012. Ze zien het als een staatsexamen, als een grote stap in de opbouw van het land nadat het communisme zo’n twintig jaar geleden verdween. Maar er is een groep die het hier niet mee eens is. Het zijn de ultra’s, de fanatiekste voetbalfans, van verschillende clubs die zich verenigden en het standpunt ‘FUCK EURO 2012’ innamen.

Reden hiervoor is er een die voor de ‘gewone’ Pool onbegrijpelijk is en door hen in de prullenbak wordt gemieterd. De ultra’s beschuldigen de politiek ervan duizendeneen beloften te hebben gedaan, terwijl ze die slechts deels zou zijn nagekomen.

‘Ja, de infrastructuur is verbeterd, maar niet zoals beloofd. Ja, de stadions zijn vernieuwd, maar ze hielden hierbij geen rekening met ons, de gebruikers. Nu we aan de vooravond van het EK staan, zien we hoeveel er nou eigenlijk is veranderd: bijna niks’, roepen de ultra’s.

Maar volgens de politici is de groep (ruim 5.500 mensen hebben de FUCK EURO 2012-facebookpagina geliket) vooral boos, omdat juist zij, ‘de raddraaiers’, nu keihard worden aangepakt. De politie deed onlangs verschillende invallen bij de hooligans, pakte deze op en houdt ze nog steeds vast. De politiek zegt dat de hooligans maar beter kunnen wennen aan dit beleid, want vanaf nu doen ‘we’ het alleen nog maar op deze manier. De ultra’s menen dat dit enkel reclame is om uit te dragen hoe goed Polen het wel niet doet. ‘Maar na het toernooi wordt alles weer als vanouds. Wij zijn nu onderdeel van het spel dat het EK heet, omdat wij kritiek uiten op de regering. Maar intussen blijft zij juist buiten schot, want ook de media richten hun pijlen alleen maar op ons.’

Of de regering dit beleid daadwerkelijk gaat aanhouden, is enkel gissen. Daarvoor is het wachten tot na het EK. Pas dan wordt duidelijk of de Poolse overheid daadwerkelijk een nieuwe weg is ingeslagen of dat deze belofte, volgens de ultra’s net als al die andere, loos is. Tot die tijd zullen de vingers, wijzend naar de andere kant, gestrekt blijven.

Net als zestig jaar geleden een vlammenzee

29 mei

We schrijven november 2011, als de temperatuur in het Servische Belgrado met het vriespunt flirt. Door de wind voelt het nog ijziger aan. Rode Ster Belgrado staat met 2-1 voor tegen ‘kleintje’ OFK. Spannend is het niet, de thuisclub domineert. Plots zie ik duizenden en nog eens duizenden kranten door de lucht vliegen. De ultra’s van Rode Ster verspreiden deze binnen een mum van tijd tot iedereen een aantal kranten in zijn handen heeft. Iedereen, ook ik. wordt betrokken bij een tifo-actie. Iets wat je nauwelijks kunt voorstellen, gebeurt. De fanatieke fans steken de kranten in de hens. Waarom? Een hetze tegen de media? Is er iets over hun club geschreven dat ze niet aanstaat? Ik weet het niet, meen dat het met de reden ‘gewoon omdat het kan’ gepaard ging.

Niets hiervan is waar, blijkt achteraf. Het is namelijk precies zestig jaar geleden dat Rode Ster voor de allereerste keer landskampioen werd, toen nog van Joegoslavië. De aanhang vierde dat destijds door met kranten een vlammenzee (vanaf 14.54 minuut) te creëren. Dat herhalen de fans nu: een ode aan het team, het behaalde kampioenschap van toen.

Beduusd kijk ik om me heen als mijn buurman iets in het Servisch mompelt en ook mijn kranten aansteekt. Iedereen springt en zingt, terwijl brandweermannen zenuwachtig heen en weer rennen op de sintelbaan die de tribune van het veld scheidt. Ik pak mijn fotocamera en leg het schouwspel vast. Voor en achter me zweven brandende stukken krant door de lucht. Verbouwereerd staar ik naar stoeltjes die afbranden. Behoefte om weg te gaan heb ik niet. Normaal zie en lees ik dit enkel op het web, nu ben ik er zelf bij. Met die gedachte sta ik tussen al die gekken te kijken naar het vuur, naar de brandweermannen die met emmers water komen aanrennen om de vlammen te doven. Zo is het alsnog een heet avondje Belgrado.

Hieronder een foto- en videocompilatie van eigen geschoten beelden (met vanaf 1.00 minuut de vlammenzee).

De voetbalderby van Bulgarije

4 jan

Het was de vrijdag dat mijn herfstvakantie begon. Dé voetbalderby van Bulgarije, CSKA Sofia – Levski Sofia, stond op het programma en ik zou met ongeveer dertig Levski-fans vanuit Blagoevgrad de bus nemen naar Sofia. Zit je dan, in een bus uit de jaren zestig, met nauwelijks Engelssprekende kerels.

Biertje hier, biertje daar. Heel bijzonder was de reis niet, tot ze de White Power-sjaals en boksbeugels uit hun tassen haalden. “We zijn bereid voor onze club te sterven”, schalde het meermaals door de bus, terwijl ze hun ‘gereedschappen’ trots boven hun hoofd hielden. Een niet bepaald alledaags schouwspel. Wat erna in het stadion volgde, was wat dat betreft een passend vervolg.

Een eigen gemaakte video-compilatie voor mijn schoolvak ‘Multimedia Journalism’ over de busreis en de massale support van de Lesvki-fans:

Etnisch geweld illustreert politiek falen

3 okt

Protestmars in Blagoevgrad

Het opgelaaide geweld in Bulgarije van de afgelopen weken is meer dan etnische woede gericht tegen de Roma-bevolking. De onvrede zit dieper en laaide plots op door een ‘tragisch verkeersongeluk’ in het dorp Katunitsa waarbij Roma-zigeuners een negentienjarige jongen doodreden.

Het is niet alleen de haat jegens Roma, die 5 procent van de bevolking uitmaken, die een geweldseruptie veroorzaakte. Duizenden gingen afgelopen weken de straat op om ook hun onvrede tegen de overheid te uiten. “Het probleem ‘Roma isolatie’ is jarenlang genegeerd”, meent politiek analist Georgi Karasiemeonov.
Lees verder

Communiceren in Bulgarije

18 sep

Bijna alle Bulgaren spreken enkel Bulgaars en geen woord Engels. Ik, als Nederlander, spreek naast m’n eigen taal, Engels en een aardig woordje Duits en Frans. Maar dus geen Bulgaars.

Communiceren op een verbale manier is dus lastig, zo niet onmogelijk. Maar niet alleen praten is verwarrend. Ook op non-verbale wijze weet ik soms gewoon niet wat te gebeuren staat. Een voorbeeld: Met je hoofd ‘nee’ schudden, betekent ‘ja’. Met je hoofd ‘ja’ knikken, betekent ‘nee’. Een gesprekje tussen een serveerster en mij.

Ik: ‘Mag ik wat bestellen?’
Zij: *Zegt iets in het Bulgaars*
Ik ‘Uhh I don’t speak Bulgarian’
Zij: *Zegt iets in het Bulgaars*
Ik: ‘Order food. Menu card?’
Zij: *Schudt ‘nee*
Ik: ‘But I really want to order something’
Zij: *Schudt nee*
Ik: *Verward*
Zij: *Loopt weg*
Ik: *Nog verwarder*
Zij: (een minuut later) *Brengt de menukaart*
Ik: *Verward* ‘Merci!’
Zij: *Zegt iets in het Bulgaars*
Ik: *Lacht*
Ik: (Vijf minuten later) ‘Can I get a pizza Napoli?’
Zij: *Zegt iets in het Bulgaars*
Ik: *Wijst naar de pizza op de menukaart*
Zij: *Schudt ‘nee’*
Ik: *Verward*
Ik: *Herinnert zich dat met je hoofd schudden ‘ja’ betekent*
Ik: *Lacht*

Bulgaarse overlijdensberichten

8 sep

Je ziet ze bijna op iedere muur, op ieder bushokje. A4-tjes met erop de namen van personen die zijn overleden, een portret erbij en een korte typering van die persoon. Dat is hier in de hele regio de traditie om bekend te maken dat iemand dood is gegaan.

Sheets with portraits and names of people who diedSommige papieren hangen al meerdere jaren, deze zijn veelal ingescheurd of hangen los. Anderen zijn van nog geen maand geleden en hangen er dan ook een stuk beter bij. Alle A4-tjes hebben het embleem van de orthodoxe kerk gemeen. Teddy, mijn Bulgaarse kamergenoot, weet dat bijna iedereen religieus is en dat het kruis op het overlijdensbericht ‘normaal’ is.

‘108 worden is toch geen verdienste?’

29 mrt

108 jaar worden, kun je het je voorstellen? Ik had de eer Jos Wijnant, die zaterdag 108 werd, te interviewen voor het Brabants Dagblad. Een kwieke oude man, dat mag van hem gezegd worden.

Ter ere van zijn 108ste verjaardag maakte Brabants Dagblad gisteren met Jos Wijnant een ritje door Den Bosch. “Het is nog altijd een prachtige stad.”

Jos Wijnant met zijn buurvrouw

Keurig in colbert gestoken, een nette das om en het lintje dat trots op de linkerborst prijkt. De oudste man van Nederland is zichtbaar verheugd een ritje door zijn stad Den Bosch te maken. Met de rollator aan de hand stapt Jos Wijnant voorzichtig zijn kamer in woonzorgcentrum De Taling uit. “Hè, wat is dit?” Hij loopt onder een ronde versierde verjaardagsboog door. “Dat hoeft toch niet?”, vraagt Wijnant zich hardop af.

Met hulp van zijn dochter Ria kruipt Wijnant voorzichtig in de auto. En dan komt het. Waar je van zo’n – met alle respect – oude man verwacht dat de woorden met mate uit zijn mond komen, is daar bij hem geen sprake van. Woorden, volzinnen, hele verhalen vertelt hij als een snel stromende rivier. Lees verder

C’est la vie

15 mrt

Maandagavond, zoals vaak Holland Sport op televisie. Reclame en plots die stem die me zo bekend voorkomt. Ik weet het zeker: Glenn Helder. Ik kijk op, ja hoor, het is hem. “Woensdagavond op Nederland 3: een documentaire over het leven van Glenn Helder.” Velen zullen hem niet kennen, de voetballiefhebber wel. Oud-international, speelde bij Arsenal en Benfica. Zijn carrière leek niet meer stuk te kunnen. Het liep anders. Hij viel in een diep dal. Gokverslaving en ‘dommigheid’ zorgden ervoor dat zijn leven in verval raakte. Nu lijkt hij sterker dan ooit. Na een gevangenisstraf van zes maanden doet hij waar hij zijn afleiding in zoekt: percussie. Lees verder

%d bloggers liken dit: